Jenske, 8 jaar, komt verlegen mijn praktijk binnen. We hebben elkaar een keer ontmoet bij haar thuis en een afspraak voor twee weken later gemaakt. Ze gaf aan dat ze het fijn zou vinden om met haar boosheid om te kunnen gaan, of ik haar daarmee zou willen helpen. ‘Ik ga mezelf slaan en knijpen als ik een fout heb gemaakt. Ik ben niet boos op anderen, nee, ik ben boos op mezelf, want als je fouten maakt, ben je dom en dat wil ik niet zijn.’
Zo begint haar ontdekkingsreis naar de oorzaak van haar boosheid.

Dan krijg ik een mailtje van moeder: of ik eerder met Jenske in gesprek kan gaan. Jenske heeft aangegeven dat over twee weken veel te ver weg is, ze heeft nu hulp nodig! ‘Want elke keer als ik boos ben op mezelf, breekt er een stukje van mijn hart. Straks is het helemaal kapot en dan breekt het. Dan gebeurt er hetzelfde als dat meisje dat vorig jaar zelfmoord heeft gepleegd. En dat wil ik niet.’ Natuurlijk laat ik de volgende dag mijn lunchpauze voor wat het is en mail dat ze welkom is.


Daar staat ze, hoofd naar beneden, knuffel tegen zich aangedrukt. Ze doet haar jas uit en loopt verlegen verder. Ze kiest het plekje bij het raam en houdt haar knuffel stevig tegen zich aan. Verwachtingsvol kijkt ze me aan. ‘Je zult het wel gek vinden dat ik nog met een knuffel loop’, zegt ze tegen me.
Ik geef als antwoord dat als ik zo’n knuffel zou hebben ik hem ook graag met me mee zou nemen. Dus nee, ik vind dat niet gek. Zeker als je ergens voor het eerst naartoe gaat, is het heel fijn en veilig. ‘Hij is net zo welkom als jij’, zeg ik tegen haar.
Het ijs is gebroken. Ze glimlacht en begint over het ontstaan van haar relatie met haar knuffel te vertellen.

Jenske vertelt heel veel, over haar diepste geheimen en hoe ze zich voelt op school: gepest en niet gezien, de mindere. Opvallend vaak zegt ze: ‘Dat kan ik niet. Ik kan niet netjes schrijven, ik kan niet zo goed klein schrijven. Wil jij dat doen, ik ben er niet zo goed in.’
En dan vertelt ze zelf over BOOS. Ze is elke dag wel boos. We maken een mindmap, waarin ze aangeeft waarom en wanneer ze boos wordt. Ze somt het zonder emotie op. En dan zegt ze: ‘Ik ben vooral boos op mezelf.’
Ik besluit te beginnen met de talentenwaaier. Tegenover mij zit een kwetsbaar, gepest en onbegrepen meisje. Die kan wel een positieve kijk op zichzelf gebruiken. Ze geniet van het maken van de talentenwaaier en kiest zorgvuldig papier en de kleuren uit die we gaan gebruiken. Als mooimaker gaat ze aan de slag. Dat talent is al meteen zichtbaar.

Die avond komt er weer een mailtje van moeder: ‘Ik weet niet wat je gedaan hebt, maar ik ben je nu al eeuwig dankbaar!’ Ik mail terug dat ik blij ben dat het gesprekje haar zo goed gedaan heeft. Dat ik alleen maar geluisterd heb, zonder oordeel, dat haar angst en boosheid er mochten zijn en dat ik haar heb laten ervaren dat er ook nog heel veel dingen zijn die ze wel kan: haar talenten.

Vanuit je hart
Dat is de kracht van werken vanuit je hart. Voor alle kinderen is het belangrijk een leerkracht te hebben die vanuit het hart naar hen kijkt. Hoe makkelijk is het om op maandagmorgen de kinderen te vragen hoe hun weekend was, in plaats van het toetsresultaat terug te geven met de mededeling: ‘goed gedaan’. Want die voelen ze. ‘Wat nu, goed gedaan? Ik heb er helemaal niets voor gedaan!’ Informeer eens naar de interesses van het kind. Als voor het kind voelbaar is dat er vanuit het hart gekeken wordt door de mensen om hem heen, zal dat een emotioneel sterker kind geven.

Joost
Joost is 17 jaar. Hij was succesvol op de basisschool, zette dit vervolgens door op het vwo en ging in de lijn der verwachtingen een universitaire studie aan. Na een paar maanden liep hij helemaal vast. Hij kon de gedachte dat hij weer vier jaar naar iemand moest luisteren die niet meer vertelt dan wat in de boeken staat, niet meer aan.
Een van de vragen die ik hem stel, is waar hij trots op is. Het duurt even voor het antwoord komt: ‘Nu verwacht jij natuurlijk dat ik trots ben op m’n vwo-diploma.’ Ik verwacht dat helemaal niet, maar ben wel oprecht belangstellend naar waar hij nu trots op is. Nou, niet op dat diploma dus. ‘Zo overdreven, iedereen was trots en blij, de vlag hing uit, ’s avonds een feestje, en waarom: m’n ouders waren trots dat ik dat diploma had gehaald. Maar ik niet. Ik had er niets voor gedaan. Het maakte toch niet uit of ik er wel of niet wat voor deed, m’n ouders zeiden na een toets toch altijd wel dat ze trots op me waren. Ze hadden niet eens in de gaten dat ik er niets voor deed. En deed ik er een keer wat voor, dan zagen ze dat ook niet. Wat maakt het ook allemaal uit, ze zien me toch niet.’

Gezien worden 
Dat is wat raakt: niet gezien worden, je niet gezien voelen. Als een kind geen verbinding voelt, kan hij zich heel eenzaam voelen. Maar je wilt graag voelen dat de ander oprecht in jou geïnteresseerd is, dat je er echt toe doet, dat je belangrijk bent voor de juf of meester, voor je ouders, voor je vrienden. Soms vergeten we in de snelheid van het leven dat dit een basisattitude is, waaruit veel kinderen positieve energie krijgen. Want is het niet zo dat we onze HB kinderen veelal vanuit de cognitie benaderen, hun extra werk geven en soms vergeten dat de gevoelskant net zo belangrijk is – of soms zelfs belangrijker – om evenwichtig aan de slag te kunnen gaan met de talenten die je hebt?

Bas
Bas, 10 jaar, gebruikt vaak het antwoord ‘Weet ik niet’. Ik heb met Bas afgesproken dat dit vandaag verboden is. Gebeurt het per ongeluk toch, dan zeg ik ‘Piep’, wat betekent dat hij nog even langer mag nadenken over het antwoord. Dat vindt Bas wel een leuk spelletje. Ik zie de twinkeling in zijn ogen en stel hem een volgende vraag. En ja hoor, zijn antwoord is ‘Weet ik niet’. Verwachtingsvol kijkt hij me aan, inwendig lachend, en hoort mij zachtjes ‘Piep’ zeggen. Hij wacht even, trekt een denkgezicht en geeft vol overtuiging het volgende antwoord: ‘Ik ben op dit moment niet in de gelegenheid om antwoord te geven op de vraag die jij mij zojuist stelde.’ Pretoogjes, zo die zit! Ik antwoord daarop ‘Piep’. Verontwaardigd zegt hij: ‘Wat nou, ik heb toch een antwoord gegeven en niet het antwoord dat niet mocht!’ Ik antwoord rustig: ‘Dat wel, maar het antwoord dat je me zojuist gaf, betekent wel hetzelfde, alleen heb je jouw talent ingezet en de grote hoeveelheid woorden die je tot je beschikking hebt gebruikt voor deze volzin. Dus: “Piep”.’ Hij kijkt me aan en zegt opgelucht: ‘Hier trap jij niet in hè?’ ‘Nee, hier trap ik niet in, dat heb je goed in de gaten.’ ‘Fijn,’ zegt hij, ‘want nu weet ik dat je echt belangstelling voor me hebt.’

Authenticiteit
Officieel is de betekenis van authenticiteit: echtheid, oorspronkelijkheid. Als je werkelijk vanuit je hart naar een kind kijkt, kan het niet anders dan echt zijn. Dat ervaart het HB kind met zijn intense gevoeligheden maar wát scherp. Ze hebben het feilloos door: is het echt wat je zegt dat het is, of zeg je het maar om ervan af te zijn.
Een leerkracht of ouder die authentiek is, zegt wat hij bedoelt. Hij zegt niet het een en doet het ander, zoals veel kinderen vaak tegen mij zeggen. Het grote rechtvaardigheidsgevoel dat bij veel HB kinderen ook intens aanwezig is, maakt dat ze daar erg van in de war kunnen raken. Woorden zijn niet altijd nodig om verbinding te maken met het kind. Non-verbaal contact werkt soms zelfs sterker.

Vertrouwen
Als het kind voelt dat er vertrouwen is, gaat zijn hart ook voor jou open en is hij bereid om zich in te spannen, te doen wat jij van hem vraagt, en dat versterkt de band tussen jou en het kind. Dit heeft weer tot gevolg dat hij antwoord kan geven op de vraag wat hij nodig heeft om aan de slag te gaan of zich happy te voelen. Dat maakt weer dat er rust in hem en in jou als leerkracht of ouder komt, wat weer z’n weerslag heeft op het gezin of de klas.
Op deze manier naar een kind kijken zorgt voor een andere kijk op het gedrag. Het gedrag dat hij heeft laten zien, dat jij als leerkracht of ouder wellicht niet als prettig ervaart, krijgt opeens een andere lading als je de positieve intentie van het kind hierachter kunt zien. Wat wil hij mij hiermee vertellen, welk talent zit verscholen achter deze houding en hoe kunnen we dat talent vinden en aandacht geven? Het is een bekende uitspraak die hier wel heel erg van toepassing is: alles wat we aandacht geven, groeit!

Jenske
Het gaat goed met Jenske. In het begin gaf ze aan dat een week eigenlijk veel te lang is om dan pas weer te komen. Nu heeft ze zelf aangegeven dat ze heel veel dingen zelf op kan lossen en aan kan pakken, zich geen slachtoffer meer voelt van een situatie en het doosje met helpende gedachten,dat ze gedurende het traject gevuld heeft,Dat is hierboven niet genoemd! steeds minder nodig heeft. Dat is mooi. Want daar gaat het om. Het kind gaat zelf ervaren dat, als je van vanuit je eigen gevoel en kracht vertrekt, er heel veel moois te ontdekken valt over jezelf.
Want positieve emoties geven energie, verhogen de weerbaarheid en veerkracht voor dat wat gaat komen.

Zo simpel kan het zijn: stel je hart open, laat de cognitie even voor wat die is, investeer in het kind achter de toetsen en investeer in jezelf. Kijk wat er gebeurt. Gun jezelf en het kind die tijd. Maak die verbinding! Morgen?

Dit artikel is eerder geplaatst in het zomernummer van Gifted@248






 

Reacties   

0 #1 Margery 22-11-2016 08:18
Hi there I am so happy I found your blog, I really found you
by mistake, while I was browsing on Google for something else, Anyhow I am here now and would just like to
say cheers for a tremendous post and a all round interesting blog (I also love the
theme/design), I don't have time to browse it all at the moment but I
have bookmarked it and also added your RSS feeds, so when I have time I will be back to read
a great deal more, Please do keep up the great work.


My homepage: online shopping, Bernice: http://xn-----mlcab1acffoadame8aneon6bxiig5f.xn--p1ai/index.php/component/k2/itemlist/user/3369,
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

"...Wijsheid begint met verwondering..."